Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.
Naast de beelden van brandende opslagtanks en gedeeltelijk vernielde LNG-treinen is er ook sprake van een berichtenoorlog. De verklaring van de Iraanse president (“we are ready to end war, but we want guarantees”) heeft het mogelijk gemaakt om de trend op de aandelenmarkten en de prijs van een papieren vat** om te buigen voordat de op tv uitgezonden allocatie van de Amerikaanse president het effect van een koude douche had, door aan te kondigen dat de VS “Iran de komende twee of drie weken extreem zwaar zal treffen”. De hoop keerde plots terug toen beleggers op woensdag 8 april op hun schermen konden lezen dat de strijdende partijen een staakt-het-vurenakkoord hadden ondertekend, met als voorwaarden o.a. een beveiliging van de Straat van Hormuz gedurende twee weken.
In feite heeft de blokkade van de zeestraat verschillende gevolgen gehad voor de productie van de Golfstaten. Irak wordt zwaar getroffen door deze blokkade, waardoor het zijn productie met 80% moest verminderen, terwijl het Saoedische buurland zijn productie met slechts 25% moest verminderen dankzij zijn efficiënte infrastructuur (oost-west-pijpleiding en opslagcapaciteit). Maar het is Qatar dat de hoogste prijs betaalt met een volledig stilgevallen LNG-export sinds de aanval op zijn reusachtige fabriek in Ras Laffan. Deze situaties staan in schril contrast met die van Iran, dat zijn olie bijna normaal blijft exporteren, met name naar China, als bewijs van zijn volledige beheersing van de zeestraat. Dat is wellicht de reden waarom de Amerikaanse president heeft aangekondigd een blokkade te willen opzetten.
Hoewel beleggers hun ogen gericht houden op de prijs van olie en gas, als reactie op de huidige volumeverliezen (20% van de internationale oliemarkt en 25% van het LNG), vindt de echte ontwrichting plaats stroomafwaarts van de waardeketen bij de geraffineerde producten. Bovenop de blokkade van de zeestraat waar normaal het equivalent van 5 miljoen vaten per dag aan producten passeert (in vergelijking met de internationale markt van 25 miljoen vaten per dag), komt nog de beslissing van China om zijn export stop te zetten, terwijl het Middenrijk doorgaans een overschotspeler is in Azië. In het bijzonder zijn kerosine, diesel en nafta de producten waarvan de vraag-en-aanbodverhouding het meest onevenwichtig is, wat leidt tot een grote toename van de raffinagemarges.
Deze situatie heeft al een aantal reacties aan de vraagzijde uitgelokt: in Azië is 5% van de wereldwijde ethyleencapaciteit stilgelegd en verschillende regeringen in de regio hebben maatregelen genomen om de mobiliteit te beperken. Hetzelfde tarief geldt voor de luchtvaartmaatschappijen in de regio die het aantal routes van hun vloten moesten verminderen. De G7-landen blijven niet achter met een bijeenkomst van de ministers van Financiën en Energie van de betrokken landen op 30 april, maar de conclusie van de besprekingen beperkt zich tot de publicatie van een tekst waarin hun bereidheid tot waakzaamheid wordt bevestigd.
Dat is ook het geval voor de ECB, waarvan voorzitter Christine Lagarde aandrong op de noodzaak van een ‘waakzaam’ standpunt tijdens de jaarlijkse vergadering van de instelling. Hoofdeconoom Philip Lane verwees dan weer naar het synthetische prijsindexcijfer*** om een actie van de ECB tegen deze nieuwe aanbodschok te rechtvaardigen. In dit kader is het niet verwonderlijk vast te stellen dat beleggers momenteel twee renteverhogingen door de ECB verwachten in 2026, terwijl de publicatie van de laatste inflatie-index van de zone al de eerste effecten van de energieprijsstijging vertoont (+2,5% op jaarbasis in maart tegenover +1,9% in februari).
Maar naast de rechtstreekse gevolgen van de prijsstijging van koolwaterstoffen, meststoffen, helium en recenter aluminium, is de centrale vraag die van de tweederonde-effecten op de core-inflatie, het kompas van de centrale bankiers en de daaruit voortvloeiende prijs-loonspiraal. Ook al is het terecht om te denken dat huishoudens na de episode van 2022 nog een levendig spiergeheugen hebben, is het natuurlijk te vroeg om daar een definitief oordeel over te vellen. De marktindicatoren zijn echter een leidraad in de huidige onzekere situatie: zowel in de Verenigde Staten als in Europa wijzen de inflatieverwachtingen op een versnelling in de tweede helft van dit jaar en vervolgens op een daling vanaf februari 2027.
Deze situatie leidt tot meerdere bedenkingen over de verschillende activaklassen. Voor obligaties in de eurozone houdt de aanpassing van de korte rente geen rekening met de mogelijkheid van een recessie. Zo lijkt het gedeelte 5-7 jaar van de curve aantrekkelijk. Wat aandelen betreft zet deze zoveelste oliecrisis opnieuw de schijnwerpers op het thema van elektrificatie in al zijn dimensies (kernenergie, batterijen, transmissie en distributie…).
Ten slotte is goud, dat aan kop ging tot het uitbreken van de vijandelijkheden, zo goed als teruggekeerd naar het niveau van eind 2025, door het gecombineerde effect van de afwikkeling van winstposities en de opvering van de dollar. Het gele metaal zou nu door beleggers moeten worden heroverwogen, zowel bij een Taco als een Waco…
* Will Ayatollahs chicken out;
** Termijncontracten;
*** Gewogen index van de termijncontracten voor olie en gas.


