Valentin Vigier, Head of ESG Research, La Financière de l’Échiquier
Al twintig jaar lang is de Europese koolstofmarkt (ETS – EU [1]) een bepalend instrument van het klimaatbeleid. Door een prijs per ton CO₂ vast te stellen, heeft de EU ervoor gekozen om een expliciete milieubeperking in economische beslissingen te integreren. Met de herziening in de zomer van 2026 in het vooruitzicht, is dit kader onderhevig aan politieke afwegingen die verder gaan dan alleen de klimaatambitie.
Koolstofintensieve sectoren: beslissende keuzes
Als verantwoorde beleggers is het essentieel om niet alleen de transitieplannen van bedrijven te begrijpen, maar ook het regelgevingskader waarin zij opereren. Een geloofwaardig en progressief prijssignaal [2] is één van de weinige stimuleringsmechanismen die langetermijninvesteringen in de industrie kunnen aanwakkeren. Omgekeerd leidt elke langdurige twijfel over dit signaal tot onzekerheid die de bedrijven die het verst gevorderd zijn in hun decarbonisatietraject, kan benadelen.
De kwestie van het concurrentievermogen kan echter niet worden genegeerd tegenover internationale concurrenten die weinig of geen koolstofheffing ondergaan. Om deze asymmetrie te verhelpen, is begin 2026 het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie in werking getreden, om de koolstofkosten van importen in lijn te brengen met die van Europese producenten. Dit innovatieve instrument van de Europese Unie heeft tot doel de intrinsieke koolstofemissies van bepaalde geïmporteerde goederen te belasten.
Uiteenlopende belangen
Als we kijken naar staal of cement, waarvan de decarbonisatie berust op enorme investeringen in bijvoorbeeld elektrische boogovens en technologieën voor koolstofafvang en -opslag, is afstemming van de regelgeving tussen het Europees emissiehandelssysteem en het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie en onontbeerlijk om de rentabiliteit van de investeringen en de erkenning van een echte “groene premie” te waarborgen. Omgekeerd zou een langdurige versoepeling van het koolstofkader tijdelijk de achterblijvers kunnen bevoordelen, maar met het risico dat de pioniers worden benadeeld en de Europese technologische voorsprong wordt verzwakt. Voor spelers in de chemische sector, waar de decarbonisatie van industriële processen moeilijk en kostbaar is, zou een eventuele verlenging van de gratis emissierechten de productiekosten op korte termijn beperken.
Koolstofbeprijzing is dus niet alleen een milieumiddel: het is een bepalende factor geworden voor concurrentievermogen en differentiatie. Op de lange termijn, in een economie die decarboniseert, zal volgens ons de samenhang van de strategieën, veel meer dan conjuncturele aanpassingen, bepalend zijn voor de winnaars en verliezers van de Europese energietransitie.
[1] ETS = Emissions Trading System – Emissiehandelssysteem van de Europese Unie
[2] Een koolstofprijs


