Skip to main content

Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.

De door AI veroorzaakte angst voor veroudering en de start van een militaire operatie in het Midden-Oosten waren twee opeenvolgende gebeurtenissen die de zenuwen van beleggers zwaar op de proef stelden. In het licht van deze gevaren lijkt het seizoen van de kwartaalresultaten meer dan ooit onmisbaar. Het zou beleggers die onvoldoende houvast hebben, in staat moeten stellen om de thematische bewegingen van de aandelenmarkten opnieuw te koppelen aan de realiteit van de micro-economische cijfers, in een poging om kansen te grijpen die te maken hebben met de versnippering.

Gezien de historische correlatie van de winstgroei met de voorlopende activiteitsindicatoren* was het seizoen in de Verenigde Staten dus goed: de winstgroei per aandeel in het vierde kwartaal bedraagt 14% op jaarbasis. Meer in detail publiceerde ongeveer 75% van de bedrijven boven de verwachtingen (in lijn met de historiek). Dat is des te opmerkelijker omdat de consensus voor een keer niet neerwaarts werd bijgesteld in de aanloop naar de publicaties. Opnieuw zijn het de technologiesector (+31%) en de financiële sector (+17%) die de grootste bijdrage leveren aan de groei van de Amerikaanse beurs, terwijl de gezondheidszorg het goed deed met stabiele winsten over de periode.

De afwezigheid van een equivalent van de Mag7 in Europa maakt de situatie aan deze kant van de Atlantische Oceaan doffer: de groei van de winst per aandeel bedraagt 4%, onder impuls van de financiële waarden (+19%) en de nutsvoorzieningen (+25%). De discretionaire consumptie en energie zijn daarentegen aanzienlijk gedaald (respectievelijk -27% en -24%), maar de winstdynamiek van de grote oliebedrijven zal waarschijnlijk drastisch omslaan met de forse stijging van de olie- en gasprijzen. Tot slot schetst de analyse van de mediane in plaats van gemiddelde prestaties een evenwichtiger beeld van de situatie: volgens deze methode bedraagt het verschil in groei van de winst per aandeel “slechts” 400 bp tussen de twee zones (+9% tegenover +5%).

Naast de resultaten zijn de investeringsuitgaven de andere indicator die analisten met argusogen volgen. Terecht, in de wetenschap dat hyperscalers** geneigd zijn om geld te spenderen: zij hebben hun geaggregeerde beleggingsdoelstellingen voor het jaar opgetrokken met 24% ten opzichte van het vorige kwartaal tot 670 miljard dollar, een stijging met 62% ten opzichte van 2025! Gezien de enorme omvang van de bedragen die op het spel staan en de twijfels omtrent de rentabiliteit van deze investeringen, werd na de publicatie alleen Oracle niet door de beleggers afgestraft.

In het zog van deze sterke stijging van de CapEx stijgt tijdens het afgelopen kwartaal het aantal bedrijven dat het thema AI vermeldt: 70% van de bedrijven uit de S&P 500 heeft het onderwerp aangekaart bij de presentatie van de resultaten door de directies. 54% van hen noemt het in een context van productiviteitswinst, maar de cijfers dalen drastisch als het gaat om gekwantificeerde gebruiksgevallen (10%) of de impact op de winst (1%). Het bewijs dat we nog in de kinderschoenen staan bij de corporates.

AI is ook het voorwerp van opmerkingen in het kader van aanwervingsintenties. Een nog bescheiden deel van de bedrijven vermeldt dit als reden voor ontslagen of bevriezing van de aanwervingen in Q4 (minder dan 5%). Goldman Sachs berekende dat de bedrijven die dit onderwerp aan de orde hebben gesteld, hun aanwervingsvooruitzichten in 2025 met 12% hebben verlaagd, tegenover 8% voor alle bedrijven samen. De beslissing van Jack Dorsey, CEO van Brock (ex-Square), om 40% van het personeelsbestand van zijn groep te ontslaan in afwachting van een productiviteitsstijging (4.000 banen) is nog veraf.

Tegen de achtergrond van AI en de gevolgen daarvan week de reactie van aandelen op de dag van de publicatie van hun resultaten af van het klassieke gedrag: de Europese bedrijven die boven de consensusverwachtingen publiceerden, presteerden gemiddeld in lijn met de index op de dag van de aankondiging. Omgekeerd werd elke teleurstelling afgestraft door de beleggers met percentages die ver boven het historische gemiddelde lagen. Sinds het begin van het jaar merken we een ongezien gebrek aan correlatie tussen de beursprestaties en aanpassingen van de winstconsensus aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Deze ontwrichting is waarschijnlijk het gevolg van de twijfels van beleggers over de uiteindelijke waarde van bepaalde bedrijfsmodellen waarop de huidige technologische revolutie een invloed zou kunnen hebben.

Aan de vooravond van het gewapend conflict in het Midden-Oosten zorgden positieve verrassingen in zowel Europa als de Verenigde Staten ervoor dat de consensus de jaarlijkse winstgroeiverwachtingen opwaarts bijstelde tot respectievelijk +13% en +16%. Maar deze geopolitieke gebeurtenis, die zich vertaalt in een aanzienlijke stijging van de olie- en gasprijzen en de vrachttarieven, zou deze trend een halt kunnen toeroepen. Dit scenario zal afhangen van de intensiteit en vooral van de duur van dit conflict, twee parameters die moeilijk te beoordelen zijn op het moment van schrijven.

Meer in het algemeen zou de huidige mate van onzekerheid beleggers er opnieuw toe moeten aanzetten om hun portefeuilles maximaal te diversifiëren en zo de verhouding risico/rentabiliteit te optimaliseren. In dit kader zou het kwaliteit-/groeisegment (net als de farmaceutische laboratoria) het voorwerp moeten uitmaken van een heronderzoek door beleggers, nadat het sinds eind 2021 aan de kant werd geschoven …

* De meest recente Amerikaanse samengestelde PMI bedraagt 51,9;

** Amazon, Google, Meta, Microsoft en Oracle;

EFI

Author EFI

More posts by EFI