Sommige economische waarnemers, en in het bijzonder de Amerikaanse econoom Larry Summers, hebben het idee naar voren geschoven dat we in een tijdperk van seculiere stagnatie zijn beland. Analyse met Etienne de Callataÿ, medeoprichter van Orcadia Asset Management.

Wat bedoelt men met seculiere stagnatie?
Het gaat om de typering van een lange periode van structurele afwezigheid van economische groei, of van zeer gematigde groei. Het is dus niet de “gewone” fase van een conjuncturele neergang, maar een duurzame toestand waaruit men niet geraakt met een keynesiaans stimuleringsbeleid. Men mag dit niet verwarren met een situatie van bewust gematigde groei, zoals bedoeld met de term “gelukkige soberheid”, die ontstond in de context van milieuzorgen en planetaire grenzen.
Bevinden we ons vandaag in zo’n situatie?
De afgelopen decennia kennen we een periode waarin de groei in de geïndustrialiseerde landen duidelijk is vertraagd, en dat om twee redenen: een lage bevolkingsgroei en een zwakke toename van de productiviteitswinsten. Groei hangt immers af van het aantal werkenden en hun productiviteit. In zo’n omgeving kan men dus geen sterke groei verwachten. Men moet ook erkennen dat groei, op de schaal van de menselijke geschiedenis, een recent fenomeen is dat begon met de industriële revolutie. Sommigen beschouwen het zelfs als een historisch toeval. We bevinden ons dus eerder in een situatie van trage en zwakke groei. Die zwakke groei heeft meerdere oorzaken. Sommigen stellen dat we de natuur niet langer kunnen blijven uitputten zoals vroeger, anderen wijzen erop dat groei werd ondersteund door oplopende schulden, vooral publieke, en dat dit niet eindeloos kan doorgaan. Er zijn ook stemmen die de toenemende ongelijkheid als rem op groei zien, of de afnemende opbrengst van investeringen in onderwijs, zelfs een daling van het cognitieve niveau in geïndustrialiseerde landen.
Gaat de economie dan richting seculiere stagnatie?
We zien ontsporingen en disfuncties in onze markteconomie. Bepaalde gedragingen zijn niet verenigbaar met een herneming van de groei. Denk aan prijsafspraken en kartels, die innovatie en productiviteitswinsten afremmen. Een groot deel van de zogenoemde uitgaven voor onderzoek en innovatie, vooral in de farmaceutische sector, zijn in werkelijkheid defensieve uitgaven om bestaande marktposities te beschermen. In veel sectoren – zoals de luchtvaart in de Verenigde Staten, telecom, frisdranken of zelfs luiers – blijft elke grote speler binnen zijn eigen domein, zonder echte prijzenslag. Fusies komen vaak voor en leiden tot minder concurrentie. Dit is niet onomkeerbaar, maar er is duidelijk een gebrek aan politieke wil om deze tekortkomingen van het kapitalisme aan te pakken.
Waar gaan we naartoe?
Men kan stellen dat sterke groei slechts een tijdelijk fenomeen in de geschiedenis was en dat we terugkeren naar een tijdperk van weinig groei en seculiere stagnatie, onder meer door demografische en duurzaamheidsfactoren of door tegenstellingen binnen het kapitalisme. Er is echter ook een ander scenario denkbaar: een heropleving van de productiviteitsgroei. Dat zou niet betekenen dat we meer werken of slimmer worden, maar dat technologie – en in het bijzonder artificiële intelligentie – de productiviteit sterk verhoogt. Het is nog te vroeg om te zeggen of AI zo’n doorbraak zal brengen. Momenteel zien we wel een lichte heropleving van productiviteitswinsten, maar zonder dat die aan AI kan worden toegeschreven. De meeste economen blijven voorzichtig over het effect van AI op productiviteit. Ook computers, internet en e-mail zouden ooit een grote boost geven, maar dat is in de statistieken nooit echt duidelijk geworden.
Tot slot: de vraag naar groei wordt vaak verkeerd gesteld, omdat ze uitsluitend kwantitatief wordt gemeten, zonder aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid. Voor we méér activiteit nodig hebben, hebben we vooral bétere activiteit nodig. Groei op zich is niet hetzelfde als kwaliteitsvolle groei. We kunnen dus nog jaren van lage groei kennen zonder dat het ons noodzakelijk slechter gaat.


