Binnen het aanbod van fondsen voor spaarders bestaat er veel verwarring over de verschillende producten. Dat geldt ook voor monetaire sicavs die, afgaande op hun benaming, de indruk kunnen wekken dat ze uitsluitend beleggen in liquide kortetermijnplaatsingen. Het is dan ook verrassend dat ze soms negatieve rendementen kunnen laten zien.
Kortlopende obligaties
In werkelijkheid kunnen deze fondsen beleggen in zeer kortlopende obligaties, floating rate notes of commercial paper, bijvoorbeeld. Deze producten hebben als kenmerk dat hun rente op korte termijn wordt herzien: om de drie of zes maanden, of maximaal jaarlijks. De emittenten zijn doorgaans ondernemingen van goede kwaliteit.
Monetaire sicavs beleggen dus in financiële instrumenten op korte termijn. Afhankelijk van het type instrument zullen ze beter of minder goed bestand zijn tegen een kredietcrisis. Het rendement van monetaire sicavs volgt doorgaans nauw de rentevoeten van de geldmarkt. Ze bestaan uit kortlopende schuldvorderingen zoals schatkistcertificaten, obligaties met een korte looptijd of obligaties met een langere looptijd die zich dicht bij hun terugbetaling of vervaldatum bevinden.
Vaste of variabele rente
Deze obligaties kunnen een vaste of een variabele rente bieden. Men onderscheidt “defensieve” monetaire sicavs, die doorgaans beleggen in effecten met een resterende looptijd van maximaal drie jaar, en meer “agressieve” monetaire sicavs, die beleggen in risicovollere instrumenten met bedrijfsdebiteuren of langere looptijden.
Waarom behalen sommige monetaire fondsen soms negatieve prestaties terwijl andere positieve resultaten laten zien? Het verschil in prestaties kan worden verklaard door verschillen in het beleggingsbeleid van de fondsen. Het ene monetaire fonds is het andere niet, en de belegger moet zijn keuze afstemmen op zijn beleggingshorizon: een defensief fonds voor een korte horizon en een agressiever fonds voor een langere horizon.
Deze monetaire fondsen zijn duidelijk en transparant: het prospectus beschrijft helder in welk type effecten het fonds mag beleggen en de samenstelling van de fondsen is gemakkelijk te raadplegen. Om een iets hoger rendement te behalen dan bij een termijnbelegging, investeren deze fondsen in effecten met een iets hoger risico. De belegger moet het prospectus dan ook aandachtig lezen.
Conclusie
Beleggers verwarren monetaire sicavs soms met sicavs die in cash beleggen, terwijl het om twee verschillende kortetermijnproducten gaat. Tot slot mag men monetaire fondsen, die kunnen beleggen in kortlopend commercial paper, niet verwarren met cashfondsen, die beleggen in termijndeposito’s, noch met treasuryfondsen, die beleggen in schatkistcertificaten of ander kortlopend overheidspapier. Binnen commercial paper kan men ook floating rate notes terugvinden: obligaties met een looptijd tot vijf jaar waarvan de rente periodiek (meestal om de zes maanden) wordt herzien op basis van de kortetermijnrente, zoals de LIBOR. In alle gevallen beschrijven de prospectussen duidelijk in welke instrumenten deze fondsen mogen beleggen.


