Door Gianluca Lobefalo, Senior Investment Advisor bij Varenne Capital Partners
De meest recente beslissing van de Europese Centrale Bank vormt geen koerswijziging, maar eerder een bijsturing. Het monetair beleid blijft fundamenteel gericht op desinflatie, maar wordt voortaan afhankelijk van de duur van de energieschok.
De Raad van Bestuur heeft de rentevoeten weliswaar ongewijzigd gelaten, maar zijn denkkader evolueert onder invloed van het conflict in Iran, dat het risico op opnieuw stijgende prijzen opnieuw op de voorgrond heeft geplaatst. Dit risico wordt niet langer uitsluitend beoordeeld vanuit het perspectief van lonen en de dynamiek van de kerninflatie: voortaan is de reactiefunctie expliciet ondergeschikt aan de aanhoudendheid van een geopolitieke schok op de energiemarkt.
De oorlog in het Midden-Oosten wordt niet langer – of niet meer uitsluitend – beschouwd als een “tijdelijke” verstoring, maar als een bepalende factor van eerste orde voor het monetair beleid, op voorwaarde dat deze voldoende lang aanhoudt om zich te vertalen in bredere inflatiedruk. Deze voorwaarde is essentieel.
Wij zijn van mening dat de ECB terugkeert naar de configuratie van 2022, met een stagflatoire reactiefunctie en het ontstaan van twee hoofdscenario’s:
- Indien de energieschok wegebt, zal het desinflatietraject zich hervatten en kan het monetair beleid ongewijzigd blijven of versoepelen;
- Indien de schok aanhoudt en de inflatie zich verbreedt, zal de ECB bereid zijn haar monetair beleid te verstrakken.
Naar onze mening is het niet zozeer van belang of de ECB haar rente tijdens de volgende vergadering zal verhogen, maar wel dat zij de mogelijkheid van een renteverhoging opnieuw heeft opgenomen, afhankelijk van de verdere geopolitieke ontwikkelingen.


AI op krediet