Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments
Eindelijk is er goed nieuws te midden van een oceaan van onzekerheid: in 2025 vertegenwoordigde hernieuwbare energie een groter aandeel in de elektriciteitsproductie dan steenkool (34% tegenover 33%), de energiebron die nog steeds het meeste broeikasgassen uitstoot. Deze ommekeer was enkel mogelijk dankzij de duizelingwekkende versnelling van batterij-installaties**, de enige apparatuur die het probleem van intermitterende werking kan beperken. Maar dat nieuws moet gerelativeerd worden, want elektriciteit vertegenwoordigde in 2025 slechts 20% van het totale energieverbruik.
Hoewel de wereld minder afhankelijk is van olie dan in de jaren ’70, met een daling van ongeveer een derde van het verbruik per bbp-eenheid, blijft olie onmisbaar voor de werking ervan, met name voor de mobiliteit op land, op zee en in de lucht. De blokkade van de zeestraat is trouwens het meest voelbaar op dit gebied, aangezien ongeveer 20% van de internationale kerosinemarkt gewoonlijk langs deze zone passeert; daarbij komen nog de uitvoerbeperkingen die verschillende landen hebben ingesteld. Het gevolg is dat de prijzen de pan uit rijzen en de beschikbaarheid van jet fuel bezorgdheid veroorzaakt bij luchtvaartmaatschappijen: volgens de firma Cirium hebben negentien van de twintig grootste maatschappijen in mei capaciteitsverminderingen gepland.
Meer in het algemeen gaf de directeur van Vitol, het grootste oliehandelsbedrijf ter wereld, onlangs zijn kijk op de situatie tijdens een conferentie georganiseerd door de Financial Times. Russell Hardy schat dat er sinds het begin van het conflict 12 miljoen vaten per dag te kort zijn, een cumulatief verlies van ongeveer een miljard vaten, meer dan het dubbele van de recent vrijgegeven strategische reserves (400 miljoen vaten). Het is in deze context dat het doorgaans zeer discrete bedrijf heeft besloten te communiceren over zijn resultaten van het eerste kwartaal, met volgens Bloomberg ongeveer twee miljard dollar winst, wat de prestatie van Glencore tijdens de coronacrisis ruimschoots overtreft ($1,3 miljard winst). Deze plotselinge transparantie is niet toevallig; ze is bedoeld om de banken gerust te stellen die zijn operaties financieren in een context van hoge volatiliteit. De stijging van de prijzen en de toename van de margin calls maken de toegang tot overvloedige kredietlijnen immers cruciaal voor de voortzetting van de activiteiten.
Door de sterke stijging van de olieprijs verwachten analisten van de bank Goldman Sachs dat de olie-industrie een nieuwe investeringscyclus zal aanvatten die vergelijkbaar is met die van de jaren 2000. Om hun stelling te staven, voeren ze verschillende argumenten aan: de bewezen reserves van de sector (uitgedrukt in productiejaren) zijn sinds 2013 met 25% gedaald, de onconventionele Amerikaanse olie-industrie is volwassener geworden en het grootste deel van de onbenutte capaciteit bevindt zich achter de zeestraat. Ze herinneren er ook aan dat de vraag er wel degelijk is, aangezien het IEA zijn vooruitzichten tegen 2030 met 5 miljoen vaten per dag heeft verhoogd ten opzichte van zijn Net Zero Emissions-scenario dat dateert van 2021.
Maar deze nieuwe oliebronnen zullen pas op de middellange en lange termijn impact hebben. Op kortere termijn zal deze aanbodschok onvermijdelijk inflatierisico’s opleveren, wat vragen oproept over de mogelijke reacties van de twee grote centrale banken, de Fed en de ECB.
De Verenigde Staten kampen met opeenvolgende inflatieschokken, waarbij de energiecomponent de plaats van de douanerechten inneemt. Daarbij komt nog de overgang aan het hoofd van de Fed, met Kevin Warsh die bij de senatoren pleitte voor een ‘regimewissel’. In deze context heeft de Fed onlangs haar beleidsrentes ongewijzigd gelaten, ondanks een grote interne verdeeldheid***. Tijdens de persconferentie voor zijn laatste FOMC als voorzitter**** verklaarde Jerome Powell dat het comité ‘heftige gesprekken‘ had gevoerd. Met een dergelijke mededeling lijkt de door de markten verwachte status quo voor de rest van het jaar de meest coherente optie.
In de eurozone, ook al waren er verschillende stemmen voorstander van preventieve verhogingen die doen herinneren aan 2022, moet worden benadrukt dat het monetaire beleid destijds duidelijk expansionistisch was, met reële rentevoeten in het negatieve gebied, terwijl deze vandaag in de buurt van nul liggen. Het risico op een loon-prijsspiraal lijkt door de huidige arbeidsmarktomstandigheden kleiner dan in 2022. Het is wellicht om deze redenen dat ook de raad van bestuur van de ECB tijdens de laatste vergadering aan de beurt is geweest, hoewel hij de toegenomen risico’s voor de groei en inflatie erkent. Onder deze omstandigheden lijkt het redelijk om twee verhogingen van de beleidsrente in de tweede helft van het jaar te verwachten.
Tel daarbij nog de juistheid van de verwachtingen inzake het monetaire beleid, de afwezigheid van een steile rentecurve en de toename van de volatiliteit van de obligatieklasse, dan zouden verstandige beleggers niet worden aangezet om het duratierisico in hun portefeuilles te verhogen en zullen zij het aantal schepen blijven volgen dat dagelijks door de zeestraat vaart …
* Not A Chance Hormuz Opens
** +46% tegenover 2024
*** Er waren 4 andersdenkenden bij deze beslissing, het hoogste aantal sinds 1992
**** Zijn mandaat loopt af in januari 2028, maar hij blijft voor onbepaalde tijd lid van de raad


AI investeringscyclus blijft markt dragen, maar concentratierisico neemt toe