Commentaar van Ilya Vercammen, Chief Strategist bij Puilaetco

Trump verrast ons weer!
De afgelopen week begon met de jaarlijkse conferentie in Jackson Hole, traditioneel een belangrijk richtpunt voor het monetaire beleid. Fed-voorzitter Jerome Powell hanteerde er een merkbaar andere toon dan in eerdere optredens. Waar hij de voorbije maanden vooral de nadruk legde op hardnekkige inflatierisico’s, wees hij dit keer nadrukkelijker op de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen prijsstabiliteit en financiële stabiliteit, en gaf aan dat de tarieven van President Trump de economische balans hebben beînvloed. Het meest in het oog springende deel van zijn speech was de uitspraak: “Gezien het restrictieve beleid kunnen de basisvooruitzichten en de verschuivende risico’s een aanpassing van ons beleid rechtvaardigen.” Beleggers lazen dit als een signaal dat de Fed zijn positie aan het verschuiven Is wat verwacht wordt te leiden naar een rentedaling in September.
Dat beeld kantelde deze week echter abrupt toen president Trump onverwacht het ontslag van Fed-gouverneur Lisa Cook aankondigde. Officieel verwees hij naar integriteitskwesties, maar in brede kring werd dit gezien als een directe aanval op de onafhankelijkheid van de centrale bank. Omdat Fed-gouverneurs wettelijk beschermd zijn tegen willekeurig ontslag, lijkt de juridische basis uiterst zwak. De aankondiging om de nervositeit onder beleggers aanzienlijk te vergroten en herinneringen op te roepen aan de jaren zeventig, toen politieke druk op de Fed uitmondde in structureel hogere inflatie.
De marktreactie was fel: de yields op Amerikaanse Treasuries liepen stevig op, vooral aan het lange eind. De dollar verzwakte tegenover euro en yen, terwijl bankaandelen wereldwijd onder druk kwamen. De nervositeit bleef niet beperkt tot de VS: in Japan steeg de 30-jaars yield naar een historisch record, wat de mondiale gevoeligheid voor Amerikaanse politieke onzekerheid pijnlijk illustreerde.
Franse politieke onzekerheid duwt rentecurve steiler
Naast de spanningen in de Verenigde Staten en de spill-over naar Azië stonden ook de Franse markten onder druk. De politieke crisis rond premier François Bayrou en de naderende vertrouwensstemming op 8 september heeft de onzekerheid aanzienlijk verhoogd. Beleggers vrezen dat de hervormingsagenda strandt en dat Frankrijk in een fase van politieke verlamming belandt. Dit vertaalt zich direct naar de obligatiemarkt: de lange rente staat bijzonder onder druk.
De spread tussen Franse en Duitse staatsobligaties bereikte het hoogste niveau sinds de schuldencrisis van 2010-2012, een signaal dat kredietrisico en politieke premies opnieuw nadrukkelijk in de prijszetting worden meegenomen. Hoewel de Franse economie veerkrachtig blijft, legt de combinatie van hoge overheidsschulden en politieke onzekerheid extra druk op de financieringskosten.
Voor beleggers betekent dit dat Franse staatsobligaties tijdelijk een hogere yield moeten bieden om kapitaal aan te trekken. Als de regering zou vallen, is het waarschijnlijk dat de langetermijnrente in Frankrijk verder stijgt en dat de volatiliteit van de Europese rentetarieven hoog blijft. De situatie onderstreept de groeiende disconnect tussen aandelenmarkten, die ondanks de politieke en monetaire spanningen een uitgesproken bullish toon behouden, en de obligatiemarkten, waar oplopende rentes en curvebewegingen duidelijke signalen van nervositeit en ongerustheid afgeven.
Nvidia: sterke cijfers maar China blijft vraagteken
Alle ogen waren deze week gericht op de kwartaalcijfers van Nvidia, inmiddels hét boegbeeld van de wereldwijde AI-hausse. Het bedrijf rapporteerde een omzet van USD 46,7 mrd in Q2, licht boven verwachting, maar de datacenterdivisie stelde enigszins teleur ten opzichte van de torenhoge verwachtingen van beleggers.
Voor het komende kwartaal verwacht Nvidia een omzet van +/- 53,5 miljard, wat iets hoger is dan de consensus vóór de publicatie, maar niettemin onder de meest optimistische prognoses (die opliepen tot 60 miljard!).
Gezien de handelsspanningen waren de onzekerheid over de verkoop aan China en met name de leveringen van H20-chips uiteraard belangrijke factoren voor beleggers. In dit verband heeft het bedrijf bevestigd dat het in het afgelopen kwartaal geen H20-chips (waarvoor exportbeperkingen gelden) naar China heeft verzonden en heeft het besloten om de verkoop van H20-chips in China uit te sluiten van zijn prognoses voor het komende kwartaal, daarbij verwijzend naar de nog steeds aanwezige geopolitieke onzekerheid die van invloed is op de lokale vraag. De CFO merkte op dat als deze onzekerheden zouden afnemen, dit een positief effect zou kunnen hebben van 2 tot 5 miljard dollar aan extra leveringen in het komende kwartaal. Een ander belangrijk feit is dat de volgende chip van Nvidia, genaamd Rubin, in 2026 klaar zal zijn voor productie.


AI investeringscyclus blijft markt dragen, maar concentratierisico neemt toe