België geldt wereldwijd als een zwaargewicht in biotech en medtech. Maar hoe behouden we die positie in een steeds competitievere wereld? Tijdens BioWin Day 2025 gingen Sam Possemiers, CEO van MRM Health, en Henri de Romrée, vice-CEO van IBA, daarover in gesprek. Hun boodschap is scherp: België beschikt over uitzonderlijke troeven, maar de cultuur van voorzichtigheid en het gebrek aan grote fondsen dreigen het Belgische leiderschap te ondermijnen.

Henri de Romrée (midden) en Sam Possemiers (rechts)
Cultuur van het onmogelijke
IBA, de Waalse pionier in protontherapie en nucleaire geneeskunde, levert technologie die in tientallen ziekenhuizen gebruikt wordt voor de behandeling van kankerpatiënten. En de Romrée wil meteen aangeven, door de oorsprong van het bedrijf in Louvain-la-Neuve te schetsen, waar het om draait. ‘Onze oprichter had één regel: doe alleen dingen die onmogelijk lijken. Dat motto bepaalt tot vandaag onze strategie. We werken met 700 medewerkers vanuit de overtuiging dat we sneller en beter moeten zijn dan wie ook.’
Die radicale ambitie verklaart waarom IBA in een niche als protontherapie wereldwijd marktleider kon worden. Maar volgens De Romrée reikt de les verder. ‘Het toont dat je als Belgisch bedrijf, ook al kom je uit een klein land, de wereldtop kan bereiken. Wat je nodig hebt, is niet alleen kennis en technologie, maar vooral een mentaliteit die geen genoegen neemt met middelmaat.’
Vertragen om te versnellen
Het verhaal van MRM Health is anders, maar de onderliggende logica lijkt gelijkaardig. Possemiers bouwde zijn carrière uit rond het microbioom, een onderzoeksveld dat de relatie tussen bacteriën en gezondheid onderzoekt. ‘Toen ik begon, geloofde men binnen de farmaceutische sector nog dat bacteriën vooral vijanden waren,’ zei hij. ‘Het idee dat bacteriën ook genezend kunnen werken, was compleet nieuw.”
En toen tien jaar geleden de microbiome-hype losbarstte, werden tientallen bedrijven opgericht en vloeiden honderden miljoenen aan durfkapitaal naar vaak zwak onderbouwde projecten. ‘We hebben toen bewust gekozen om niet mee te gaan in die hype,’ benadrukt Possemiers. ‘We hebben eerst vijf jaar geïnvesteerd in technologie, productieprocessen en fundamenteel onderzoek, voor we met MRM Health naar buiten zijn gekomen. Daardoor hadden we een fundament dat veel sterker was dan dat van de meeste concurrenten.’
Die strategie loonde. Vandaag is MRM Health een van de meest vooruitgeschoven spelers in zijn domein, met meerdere klinische programma’s in ontwikkeling en samenwerkingen met internationale farmabedrijven. ‘Door eerst de basis op orde te hebben, konden we daarna veel sneller opschalen. Vandaar dat we vandaag voorloper zijn.’
Obstakels op de weg
Toch verloopt innovatie nooit zonder hindernissen. Possemiers schetst drie klassieke bottlenecks: wetenschap, regulering en financiering. ‘Wetenschappelijk staan we nog aan het begin. Het is duidelijk dat het microbioom een rol speelt in ziekten zoals inflammatoire darmziekten en metabole stoornissen, maar de mechanismen zijn complex en nog lang niet ontrafeld. Daarom werken we intensief samen met universiteiten en onderzoeksinstellingen. Wij kunnen pas sneller vooruit als de academische wereld mee vooruitgaat.’ De regulatoire context was minstens even uitdagend. ‘Toen wij begonnen, bestond er simpelweg geen kader voor microbiome-therapieën. We hebben de dialoog gezocht met de autoriteiten om dat samen vorm te geven. Dat was traag en intensief, maar het maakt wel dat er nu een werkbaar kader bestaat.’
En dan is er de financiering. ‘Na de eerste hype zijn veel investeerders terughoudend geworden. België heeft sterke durfkapitalisten, maar de fondsen zijn klein. Voor internationale groei heb je investeringen van 50 tot 100 miljoen euro nodig, en die tickets vind je hier zelden. Wij konden wel een van de grootste Belgische kapitaalrondes van dit jaar afsluiten, met steun van Biocodex en Athos, dat ook achter BioNTech staat. Maar structureel blijft dat een zwakke plek in ons land.’
De Romrée herkent de spanning tussen snelheid en voorzichtigheid. ‘Ook wij worstelen daarmee. In een groot bedrijf mag je geen risico’s nemen voor de patiënt, dus werken we met teams waar risico’s worden vermeden. Tegelijk zetten we kleine teams op die wél risico mogen nemen en experimenteren. Dat tweesporenbeleid houdt ons wendbaar zonder dat we onze kern in gevaar brengen.’
Partnerschappen als motor
Een ander thema dat door het panelgesprek liep, was de rol van een gezond ecosysteem. Voor De Romrée is dat zelfs de kern van IBA’s succes. ‘Zestig procent van onze onderdelen komt van Belgische leveranciers. We hebben hier een industriële basis die wereldwijd zeldzaam is. Voeg daar universiteiten bij die elk jaar toponderzoekers afleveren, en je hebt een ecosysteem dat zichzelf versterkt.’
Ook MRM Health is ontstaan uit een netwerk van partnerschappen. ‘We zijn een spin-off van UGent en KU Leuven, ingebed in de Gentse biotechcluster. Onze eerste industriële samenwerking leverde ons niet alleen geld op, maar vooral knowhow en productieschaal. Die sprong konden we nooit alleen maken. Elk partnerschap dat we aangaan, versnelt onze groei exponentieel.’
De cijfers bevestigen dat België een unieke cluster heeft. Ons land telt meer dan 600 biotech- en life sciencesbedrijven, samen goed voor bijna 40.000 directe jobs. De export van farmaceutische producten verdubbelde in tien jaar tijd tot bijna 100 miljard euro. Daarmee is België na Zwitserland de grootste exporteur per hoofd van de bevolking. Toch blijft de vraag of dat ecosysteem voldoende robuust is om de stormen van internationale concurrentie te doorstaan.
De Belgische mentaliteit
Op dat punt raken beide CEO’s een gevoelige snaar. ‘Wij Belgen zijn vaak te voorzichtig,’ zegt Possemiers. ‘We starten klein, we wachten tot alles perfect is, en pas dan zetten we de volgende stap. Dat lijkt verstandig, maar in een mondiale markt kan dat nefast zijn. Als anderen sneller durven springen, zelfs met meer risico, loop je achter, ook al ben je wetenschappelijk beter.’ De Romrée beaamt dat en vult tevens aan: ‘In de VS kondigde voormalig Amerikaans president Kennedy ooit aan dat men een man op de maan zou zetten. Als een Belgische politicus dat zou gezegd hebben, was hij weggehoond als megalomaan. Die reflex zit diep in onze cultuur: ambitie wordt vaak afgedaan als grootspraak. Dat maakt ons kritisch en kwaliteitsgericht, maar het houdt ons soms ook tegen.’
Beiden benadrukken dat deze mentaliteit niet alleen bedrijven treft, maar ook de overheid. Beleidsmakers aarzelen om grote risico’s te nemen of om instrumenten op te zetten die samenwerking over de taalgrens makkelijker maken. ‘We moeten leren dat ambitie geen luxe is, maar een noodzaak. In een wereld waar China en de VS miljarden investeren in biotech, is voorzichtigheid niet genoeg om je plaats te behouden.’
Advies voor de volgende generatie
Hun boodschap aan jonge ondernemers is dan ook duidelijk. ‘Droom groot,’ onderstreepte De Romrée. ‘Stel jezelf doelen die onmogelijk lijken. Enkel zo dwing je jezelf en je team om voorbij middelmaat te gaan.’ Daarnaast riep hij op tot snelheid. ‘Beweeg snel. Ondernemen is geen academische oefening. Je mag niet verliefd worden op je eerste plan. Je moet durven bijsturen, fouten maken en opnieuw beginnen. Dat is de enige manier om vooruitgang te boeken.’ Tot slot wijst hij op de waarde van netwerken. ‘Niemand slaagt alleen. Zoek de academische partners, zoek industriële bondgenoten en vooral: zoek investeerders die in je verhaal geloven. Kapitaal is er, maar je moet het vinden via de juiste connecties.’
Possemiers legde daarnaast ook andere accenten. Voor hem draait het om de lange termijn. ‘Stel doelen voor vijf, tien of twintig jaar. Laat elke beslissing bijdragen aan dat einddoel. Zo hou je focus en consistentie.’ Daarnaast hamert hij op kwaliteit. ‘Wees de beste in je domein. In biotech is er geen ruimte voor middelmaat. Eén fout kan een hele therapie kelderen.’ En tot slot: internationalisering. ‘Je bouwt een biotechbedrijf niet voor een dorp of een land. Je werkt vanaf dag één in een wereldmarkt. Denk dus globaal, haal buitenlandse investeerders aan boord en bouw een bedrijf dat klaar is voor internationale groei.’


