Commentaar van Ilya Vercammen, Chief Strategist bij Puilaetco
De recente spanningen tussen de VS, Israël en Iran roepen onvermijdelijk parallellen op met het begin van 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel en de financiële markten hevig onder druk kwamen.
Hoewel de stijgende olieprijzen opnieuw vragen doen rijzen over inflatiedruk, is de economische context vandaag fundamenteel anders.
In 2022 kampte de wereld met een uitzonderlijke combinatie van factoren: een post-covid-economie die gekenmerkt werd door knelpunten in de toeleveringsketens die de logistieke kosten opdreven, een herstel van de consumptie na het einde van de lockdowns, aangewakkerd door accommoderende fiscale maatregelen om het herstel te stimuleren, en een groeiende arbeidsmarkt – dit alles versterkte de stijging van de inflatie. Dit alles na een periode van extreem lage (in Europa zelfs negatieve) rentetarieven. De centrale banken waren destijds gedwongen om agressieve renteverhogingen door te voeren.
Vandaag is dat anders. Europa heeft zijn energiemix ingrijpend gediversifieerd: Russisch gas vertegenwoordigt minder dan 10% van de invoer, terwijl alternatieven uit de VS, Noorwegen en Qatar én hernieuwbare energiebronnen veel belangrijker zijn geworden. De opslagcapaciteit is verhoogd en de toeleveringsketens functioneren opnieuw op volle capaciteit. Tegelijk zijn economie en arbeidsmarkt minder oververhit en ligt de beleidsrente al op een niveau dat de inflatiedruk kan temperen. Zelfs als de olieprijzen nog stijgen, lijkt de impact op de globale inflatie beperkter dan in 2022.
De impact van de Straat van Hormuz relativeren
Het huidige knelpunt is de strategisch belangrijke Straat van Hormuz, waar 20% van de wereldwijde oliepassage doorheen gaat. Dit cijfer lijkt verontrustend, maar relativering is nodig. Het merendeel van deze olie gaat naar Azië, niet naar het Westen. China, een grote afnemer, heeft bovendien een sterk gediversifieerd energiesysteem en aanzienlijke strategische reserves. Zelfs een verstoring van de scheepvaart zou dus niet dezelfde systemische chaos veroorzaken als Europa destijds kende.
Voor beleggers blijft scenario planning cruciaal. Een conflict dat drie maanden aanhoudt, eventueel verlengd met een kwartaal, zou weliswaar lagere groei en hogere inflatie veroorzaken, maar lang niet tot de niveaus van 2022 leiden. Energie importerende landen zijn vandaag minder kwetsbaar, ook dankzij een zwakkere dollar die hogere grondstoffenprijzen dempt. Centrale banken lijken dit te erkennen: de Fed, ECB en Bank of England lieten recent alle drie de rente ongewijzigd. Renteverhogingen brengen geen olie door de Straat van Hormuz en zouden de vraag enkel verstikken. De markten hebben op hun beurt hun verwachtingen bijgesteld: ze verwachten geen renteverlagingen meer van de Fed en gaan zelfs uit van maximaal drie renteverhogingen door de ECB tegen het einde van het jaar.
De perceptie van de markten kan natuurlijk snel omdraaien zodra er tekenen opduiken van een diplomatiek akkoord in het Midden-Oosten. Een vermindering van geopolitieke spanningen zou immers meteen druk van de energieprijzen halen en de inflatievooruitzichten terug versoepelen.
In onze portefeuilles blijven we inzetten op diversificatie en risicobeheer. We hebben in het begin van het conflict posities in goud en dollars versterkt en onze blootstelling aan Amerikaanse en Britse staatsobligaties verlaagd. Tegelijk behouden we onze inflatieafdekkingen en blijven we vastrentende waarden van hogere kwaliteit prefereren. Ook obligaties uit opkomende markten spelen een rol als extra diversificatielaag, vooral voor landen die profiteren van hogere grondstofprijzen.
Geopolitiek blijft de situatie ernstig en onzeker. Economisch gezien staan we echter sterker dan in 2022. Deze omgeving onderstreept opnieuw het belang van spreiding, kwaliteit en robuuste portefeuillestructuren.


