Skip to main content

Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.

Een achtbaan: deze term is een goede illustratie van de recente evolutie van de olieprijs. Het zwarte goud, dat de distributieriem is waarmee de spanningen in het Midden-Oosten worden overgebracht naar de financiële markten, is op enkele dagen tijd van $ 60/b (Brent-referentie) naar $ 80/b gestegen om op het moment van schrijven $ 68/b te noteren. Een opluchting voor beleggers, aangezien verschillende brokerrapporten wezen op een prijs van meer dan $ 100 in geval van een blokkade van de Straat van Hormuz, waar 20% van alle olie en LNG passeert. Het risico op verstoring lijkt trouwens af te nemen als we kijken naar de online goksite Polymarket (dezelfde die had ‘geanticipeerd’ op de overwinning van Donald Trump): de kans op een dergelijke gebeurtenis is teruggevallen naar 16% tegenover 60% daags na de Amerikaanse aanvallen.

Met de gedeeltelijke verdwijning van de geopolitieke premie keren beleggers terug naar de fundamentals van de oliemarkt tegen een achtergrond van macro-economische vertraging en de terugkeer van de vaten van de OPEC+. Dit kwetsbare evenwicht tussen vraag en aanbod is blijkbaar al verwerkt door de insiders (i.e. de operatoren in de sector). In de Verenigde Staten staat het aantal actieve boorplatformen immers op het laagste peil sinds de coronapandemie. Dat zet de EIA* ertoe aan om voor 2026 een productiedaling te voorzien die ver verwijderd is van de groeidoelstellingen die de Minister van Financiën vooropstelde. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan heeft Shell zopas elk overnameplan van concurrent BP ontkend, met als gevolg een status quo voor de komende 6 maanden. Deze periode zal ongetwijfeld goed van pas komen om de fysieke markt aan te zuiveren.

Als netto-importeur van energieproducten zou de impact van een stijging van de olie- en gasprijzen op de bbp-groei van de eurozone uiteraard negatief zijn geweest. Naast het vermijden van een schok voor het energieaanbod komt er ook goed nieuws uit Duitsland: de regering heeft zopas een ontwerpbegroting voor 2025 en de referentiecijfers voor de periode 2026-2029 aangekondigd. In deze omstandigheden is er geen overduidelijke reden voor de ECB om haar monetair beleid resoluut inschikkelijk te maken op het moment dat ze een inflatie verwacht die onder haar doelstelling van 2% ligt (tot 1,6% in Q1 2026).

Omgekeerd heeft de Fed zopas haar inflatieverwachtingen opgetrokken om rekening te houden met de tariefinitiatieven van de Amerikaanse regering. De daling van de olieprijs is ook goed nieuws, want het voorkomt dat de Amerikaanse centrale bank een extra factor toevoegt aan een toch al complexe economische vergelijking. De markten vergissen zich overigens niet. De Amerikaanse break-eveninflatie op twee jaar is in een maand tijd gedaald van 2,7% naar 2,45%.

Maar voor beleggers overschaduwt een ander, veel fundamenteler thema de op- en neergaande oliesector: de vervanging van Jerome Powell als voorzitter van de Fed. Nadat hij hem allerlei scheldnamen naar het hoofd heeft geslingerd, steekt de Amerikaanse president almaar minder weg dat hij Powel wil vervangen door een inschikkelijker iemand. In deze context is het leerzaam om eens in de achteruitkijkspiegel te kijken: in de eerste drie maanden na de benoeming van de zeven voorzitters van de Fed sinds 1970** stegen de rentevoeten (2 en 10 jaar) systematisch en daalde de dollar met gemiddeld 2%.

Terwijl de aandelenmarkten ‘de muur van bezorgdheid blijven beklimmen’, om een letterlijke vertaling van de Angelsaksische uitdrukking te gebruiken, lijkt de dollar een voorsprong te hebben genomen en het echte slachtoffer te zijn van deze institutionele stress. Hij sluit het eerste halfjaar af met een daling van 11% ten opzichte van een korf van de belangrijkste valuta (DXY-index), zijn slechtste prestatie sinds 1973, en staat nu op het laagste peil in drie jaar. Alleen de cryptomunten kunnen het dit jaar nog slechter doen, maar na spectaculaire prestaties in 2024.

In het licht van deze vaststelling moeten twee opmerkingen worden gemaakt. In de eerste plaats zal de opvolger van Powell, ook al benoemt de president die tegen het einde van het jaar, pas in mei 2026 in functie treden. Tegen die tijd kan het economische klimaat dramatisch veranderen. Ten tweede, zelfs als er een voorzitter met een meer ‘duifprofiel’ komt, zal die met de andere 11 leden van de raad van gouverneurs moeten omgaan. In die omstandigheden en op basis van de prestaties, het sentiment en de stromen lijkt de dollar een voor de hand liggende tegendraadse keuze voor de tweede jaarhelft …

* Energy Information Administration

** Burns, Miller, Volker, Greenspan, Bernanke, Yellen, Powell

EFI

Author EFI

More posts by EFI