De tweede helft van 2025 begint voor de financiële markten met gemengde signalen. Terwijl de groei in de VS en Europa beter standhoudt dan verwacht, wijzen onderliggende trends op afnemende dynamiek. Handelsspanningen, veranderend beleid en verschuivende kapitaalstromen bepalen het speelveld voor beleggers.
In de VS verhogen nieuwe invoerheffingen de handelsbarrière met ruim 14 procentpunt, wat de consumentenprijzen zal beïnvloeden. Toch zou de verzwakkende binnenlandse vraag de kerninflatie dit najaar rond 3 % houden alvorens af te nemen. In de eurozone is de inflatie terug op het ECB-doel van 2 %, waardoor ruimte ontstaat voor een renteverlaging in het vierde kwartaal. Duitsland stimuleert bovendien de vraag met een expansief begrotingsbeleid. Zwitserland kampt met hoge Amerikaanse tarieven en een sterke frank, al blijft de binnenlandse consumptie veerkrachtig.
Opkomende markten passen zich aan tragere groei aan. China blijft veerkrachtig, maar lijdt onder deflatoire druk en afzwakkende activiteit. Elders ondersteunen monetaire versoepeling en minder afhankelijkheid van de dollar lokale obligaties.
Centrale banken bewegen richting een soepeler beleid: de Fed kan in september en december de rente verlagen, de ECB volgt later in 2025, en de Bank of England gaat door tot 2026.
Voor obligatiebeleggers blijven staatsrendementen aantrekkelijk, vooral bij middellange looptijden (5–7 jaar). De dollar verzwakt verder, terwijl euro en yen aantrekkelijk ogen. Goud blijft populair door centrale bankvraag.
Wereldwijde aandelen noteren op recordhoogtes, maar Amerikaanse waarderingen zijn kwetsbaar. Europese aandelen daarentegen noteren met een forse korting en zouden in 2026 terrein kunnen winnen. J. Safra Sarasin verkiest defensieve sectoren – gezondheidszorg, basisconsumptiegoederen en nutsbedrijven – boven cyclische waarden.


