In een eerder artikel hebben we gezien dat waarderingsmethoden gebaseerd kunnen zijn op de historische prestaties van een onderneming (zoals weergegeven in de boekhouding, soms met bepaalde correcties) en/of op prognoses voor toekomstige boekjaren. Prospectieve methoden zijn in theorie het meest geschikt: het verleden doet er weinig toe, het is de toekomst die telt! Maar uiteraard blijven deze methoden onzeker, aangezien niemand de toekomst kan voorspellen.
Twee klassieke methoden
De twee voornaamste prospectieve methoden zijn:
- De actualisatie van toekomstige dividenden (“Dividend Discount Model” of “DDM”)
- De actualisatie van toekomstige vrije kasstromen (“Discounted Cash Flow Model” of “DCF”)
In beide gevallen moet men voorspellingen maken over de geldstromen die de aandeelhouders in de toekomst zouden moeten ontvangen, of het nu gaat om dividenden of, in ruimere zin, vrije kasstromen.
Aangezien het onmogelijk is om voorspellingen te maken voor een oneindig aantal jaren, beperkt men de prognoseperiode tot enkele toekomstige jaren. Daarna gebruikt men bepaalde groeihypothesen en wiskundige formules om rekening te houden met de jaren na deze prognoseperiode.
Tot slot kiest men een discontovoet om deze toekomstige geldstromen te herleiden naar een schatting van hun huidige waarde.
Omdat de toepassing van deze methoden een grondige kennis van het bedrijf en een grote technische expertise vereist, wordt hier niet ingegaan op de gedetailleerde uitvoering ervan. In plaats daarvan lichten we een hybride methode toe, die toegankelijker is en waarvan de resultaten zeker niet minder relevant hoeven te zijn.
Een hybride waarderingsmethode voor start-ups
Aangezien start-ups geen historische cijfers hebben waarop een waardering kan worden gebaseerd, bestaat een methode erin zich enkele jaren vooruit te projecteren en vervolgens een historische waarderingsmethode toe te passen (bijvoorbeeld de methode van de EBITDA-multiple).
Om een schatting van de huidige waarde te bekomen, hoeft men enkel de berekende toekomstige waarde te actualiseren met een voldoende hoge discontovoet. Die voet houdt rekening met de kans dat de start-up er niet in slaagt haar businessplan te realiseren: hoe hoger de discontovoet, hoe lager de huidige waarde.
Voorbeeld:
Als men verwacht dat een schuldenvrije start-up binnen 3 jaar een EBITDA van 100.000 euro zal hebben, kan men haar waarde berekenen met een discontovoet van 25%, als volgt:

Deze relatief eenvoudige methode maakt het mogelijk om een waarde-inschatting te geven voor een onderneming, zelfs wanneer men slechts beschikt over een beknopt businessplan.


