In het verlengde van de vorige artikelen over de verschillende benaderingen van bedrijfswaardering, richten we ons vandaag op de methodes die gebaseerd zijn op historische gegevens.
Deze technieken steunen op de analyse van de prestaties uit het verleden en de jaarrekening van het bedrijf.
De belangrijkste methodes zijn:
- de boekhoudkundige methode (book value, of intrinsieke waarde van het eigen vermogen);
- de beursratio-methode;
- de methode van de EBITDA-multiple minus netto financiële schuld.
De boekhoudkundige methode (book value)
De book value-methode beoordeelt een onderneming op basis van haar boekhoudkundig eigen vermogen, zoals vermeld op de balans.
Het is de eenvoudigste manier om snel een eerste indicatie van de waarde te krijgen.
Toch zijn er vaak enkele correcties nodig:
- Aan de actiefzijde vertegenwoordigen oprichtingskosten doorgaans geen reële waarde, aangezien ze niet overdraagbaar zijn.
- Sommige materiële vaste activa kunnen op de markt meer waard zijn dan hun boekwaarde, vooral na jaren van afschrijvingen.
- Aan de passiefzijde is het belangrijk om de aard en realiteit van de voorzieningen na te gaan.
⚖️ Het voordeel van deze methode is haar eenvoud, maar ze houdt geen rekening met de rendabiliteit of de groeipotentie van de onderneming. Ze geeft dus enkel een statisch beeld.
De beursratio-methode
Deze methode past op het te waarderen bedrijf bepaalde waarderingsratio’s toe die worden waargenomen bij beursgenoteerde ondernemingen (de zogenaamde peer group).
De meest gebruikte multiples zijn:
- De omzetmultiple;
- De EBITDA-multiple;
- De koers-winstverhouding (Price/Earnings Ratio of PER), gebaseerd op de nettowinst.
Afhankelijk van de sector kunnen ook andere indicatoren gebruikt worden, zoals het aantal klanten, gebruikers, verkooppunten of vervoerde passagiers.
Het principe is eenvoudig:
Als het te waarderen bedrijf de helft van de omzet van een beursgenoteerd vergelijkbaar bedrijf haalt, is het waarschijnlijk ongeveer de helft waard.
Voor niet-beursgenoteerde ondernemingen wordt doorgaans een illiquiditeitskorting toegepast, meestal tussen 15 % en 25 %.
De grootste uitdaging is het selecteren van een relevante en representatieve peer group. Een te brede vergelijking – bijvoorbeeld met bedrijven uit andere landen of sectoren – kan de resultaten vertekenen.
🔍 De beursratio-methode levert een indicatieve benadering die helpt om verschillende waardeschattingen te vergelijken en om de resultaten van andere methodes te bevestigen of te verfijnen.
De methode van de EBITDA-multiple minus netto financiële schuld
Deze methode steunt op het concept van de enterprise value (EV), de totale waarde van alle activa van het bedrijf, gefinancierd door zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Stappenplan:
- De ondernemingswaarde wordt geschat volgens de formule: Enterprise Value=Multiple van de EBITDA\text{Enterprise Value} = \text{Multiple van de EBITDA}Enterprise Value=Multiple van de EBITDA
- Aangezien: Enterprise Value=Eigen vermogen+Netto financie¨le schuld\text{Enterprise Value} = \text{Eigen vermogen} + \text{Netto financiële schuld}Enterprise Value=Eigen vermogen+Netto financie¨le schuld volgt hieruit: Waarde van het eigen vermogen=(Multiple van de EBITDA)−Netto financie¨le schuld\text{Waarde van het eigen vermogen} = (\text{Multiple van de EBITDA}) – \text{Netto financiële schuld}Waarde van het eigen vermogen=(Multiple van de EBITDA)−Netto financie¨le schuld
- Wanneer het bedrijf een positieve kaspositie heeft, wordt dit: Waarde van het eigen vermogen=(Multiple van de EBITDA)+Cash\text{Waarde van het eigen vermogen} = (\text{Multiple van de EBITDA}) + \text{Cash}Waarde van het eigen vermogen=(Multiple van de EBITDA)+Cash
De gebruikte multiples verschillen per sector en land, en zijn doorgaans gebaseerd op fusie- en overnametransacties (M&A) die op de markt worden waargenomen.
Bij de waardering van een minderheidsbelang past men vaak een korting van ongeveer 30 % toe, om het gebrek aan controle te verdisconteren.
Deze methode levert een relatief nauwkeurige waardeschatting op, mits ze gebaseerd is op betrouwbare vergelijkingsgegevens en voldoende marktobservaties.
Samenvatting
De historische methodes vormen een nuttig vertrekpunt voor een waardering: ze bieden een kwantitatieve basis en een realistisch beeld van de onderneming tot nu toe.
Toch geven ze vooral een terugblik op het verleden.
Om de toekomstige waardecreatie van een start-up correct in te schatten, moeten ze worden aangevuld met prospectieve methodes zoals de DCF-methode (Discounted Cash Flow) of de Venture Capital-methode.


