Skip to main content

Enguerrand Artaz, Fund Manager, La Financière de l’Echiquier.

Eind maart opende de Zwitserse nationale bank de dans op het renteverlagingsbal. Begin mei kreeg ze gezelschap van haar Zweedse tegenhangster, de Riksbank. De echte zwaargewichten onder de centrale banken van de ontwikkelde landen waagden zich echter nog niet op de dansvloer. Tot nu dan, want afgelopen week zetten ook twee grote instellingen hun eerste pasjes. De nationale bank van Canada (BoC) was de Europese Centrale Bank net één dag te snel af en werd zo de eerste centrale bank van een G7-land die in deze cyclus de rente verlaagde.

Beide centrale banken hielden ook qua omvang van de renteverlaging gelijke tred – ze schroefden elk hun belangrijkste rentetarieven met 25 bp terug – maar volgen de komende maanden mogelijk een heel ander traject. In Canada stelde gouverneur Tiff Macklem bijkomende renteverlagingen in het vooruitzicht. In het licht van de binnenlandse economie lijkt dat ook logisch. De belangrijkste inflatiemaatstaven liggen namelijk al verschillende maanden onder de bovenzijde van de bandbreedte waarop de BoC mikt. Tegelijk is de werkloosheid opnieuw gestegen, tot 6,1% in april tegen 5,1% een jaar eerder, bleef de bbp-groei in het eerste kwartaal van 2024 steken op een bescheiden 0,5% op jaarbasis en stagneren de consumentenbestedingen.

In Europa is de toestand minder eenduidig. De ECB heeft weliswaar, zoals ruim op voorhand aangekondigd, de rente een eerste maal verlaagd, maar heeft tegelijk haar inflatieverwachtingen voor 2024 en 2025 opgetrokken. Een heldere uitleg voor die opvallende discrepantie gaf Christine Lagarde niet, waardoor het voor beleggers koffiedik kijken is in welk tempo de ECB de komende kwartalen de rente eventueel verder zal verlagen. Ook hier is in het licht van de economische situatie die opstelling logisch. De inflatie is in de eurozone vrij snel gedaald, maar blijft hoog in de dienstensector. De loongroei lijkt op een te hoog niveau te blijven hangen en de conjunctuur lijkt weer aan te trekken na het dieptepunt van de tweede helft van 2023.

De economische omstandigheden die het tempo op de dansvloer van het monetaire beleid bepalen, lopen uiteen in Europa en Canada. Ook elders zien we dergelijke verschillen. In het Verenigd Koninkrijk, waar beleggers een tijdlang anticipeerden op een eerste renteverlaging in juni, strooiden tegenvallende inflatiecijfers in april roet in het eten. Tegelijk zijn er amper tekenen dat de nog steeds bijzonder hoge loongroei begint te bedaren, in tegenstelling tot in de andere ontwikkelde landen. En hoewel de bedrijvigheid aan de overzijde van het Kanaal zich op een bevredigend niveau handhaaft, zijn de consumentenbestedingen ondermaats en is de werkgelegenheid de afgelopen maanden fors gekrompen. In Australië is het beeld al even troebel en verwachten de markten in 2024 geen renteverlaging meer. De inflatie is er de afgelopen maanden weer gestegen, maar de groei was in het eerste kwartaal zwak en de consumentenbestedingen sputteren. Om nog maar te zwijgen van Japan, dat op het vlak van monetair beleid volledig uit de pas loopt met de andere ontwikkelde landen. In maart is een eerste renteverhoging doorgevoerd en later dit jaar volgen waarschijnlijk nog twee bijkomende verhogingen.

Onder invloed van de specifieke omstandigheden op hun thuismarkt dansen de centrale banken de komende tijd wellicht dezelfde dans, maar elk in hun eigen tempo. Voor de markten zullen echter vooral de VS de maat aangeven. Zelden waren de verschillen in de verwachtingen van beleggers voor het traject van de Federal Reserve (de Fed) zo groot. Sommigen gaan nog steeds uit van een eerste verlaging in juli en verschillende bijkomende stappen in de maanden daarop, terwijl anderen helemaal geen renteverlaging meer verwachten in 2024. Toch is in de Verenigde Staten de voorspelbaarheid op korte termijn misschien wel het grootst. Dat de inflatiecijfers in april geruststelden na de onaangename verrassingen in het eerste kwartaal, dat de stijging van de prijzen nog slechts wordt aangewakkerd door een handvol factoren die weinig verband houden met de vraag, dat de groei in het eerste kwartaal ruim onder de verwachtingen bleef en dat de arbeidsmarkt beetje bij beetje verzwakt, schetst een economisch plaatje dat – als het zich doorzet – voor de Fed een duidelijk pad uitstippelt.

De dans van renteverlagingen draait vandaag dus nog niet op volle toeren, maar het lijdt geen twijfel dat in het spoor van de BoC en de ECB ook de andere centrale banken van de ontwikkelde landen zullen invallen. Afhankelijk van het aantal danspasjes – drie, vier, twintig of honderd – kan dit sterk uiteenlopende gevolgen hebben voor beleggers.

LFI

Author LFI

More posts by LFI