Skip to main content

Astrid Dutré, Estate Planner, Nagelmackers.

Uw partner neemt een bijzondere plek in uw leven in. Wat kunt u doen om hem of haar zowel op juridisch als financieel vlak zo optimaal mogelijk te beschermen, of u nu gehuwd, wettelijk of puur feitelijk samenwonend bent?

De gekozen samenlevingsvorm heeft belangrijke gevolgen, zowel juridisch als fiscaal, zolang u in leven bent, maar ook bij uw overlijden

1. Overlijden – Erfrecht

Maakt u geen testament op, dan bepaalt de wetgever wie uw erfgenamen zijn en waarop ze elk recht hebben. We spreken ook wel over de wettelijke devolutie en richten ons in het bijzonder op de toepasselijke regels voor de partner.

De huwelijkspartner heeft een speciaal statuut omdat hij of zij altijd erft, ongeacht de personen met wie hij of zij tot de nalatenschap komt.

Hebt u kinderen, dan erft de langstlevende echtgenoot altijd het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap en de kinderen de blote eigendom.

Zijn er geen kinderen, dan erft de langstlevende echtgenoot – ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel – de volle eigendom van het gemeenschappelijk/onverdeeld vermogen dat samen werd opgebouwd. De langstlevende echtgenoot erft het vruchtgebruik op de eigen goederen van de overledene. De andere erfgenamen (broers, zussen, moeder, vader) erven de blote eigendom.

Komt de langstlevende echtgenoot echter samen met erg verre familieleden tot de nalatenschap (nonkels, tantes, neven en nichten), dan erft de langstlevende echtgenoot de gehele nalatenschap in volle eigendom.

Laat ons beginnen met de wettelijke samenwoners, zij dus die een verklaring afgelegd hebben voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Als wettelijk samenwonende partner erft u slechts het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. De overige wettige erfgenamen, zoals uw kinderen, verkrijgen dus de blote eigendom van uw gezinswoning en de volle eigendom van de overige goederen.

Dat wettelijke erfrecht is bovendien relatief. Het is niet gewaarborgd of beschermd. Het kan u dus zonder uw medeweten makkelijk ontnomen worden door uw partner indien hij of zij in die zin bijvoorbeeld een testament opmaakt. Een huwelijkspartner geniet een veel beter statuut want die is naast wettige erfgenaam ook reservatair erfgenaam.

Woont u feitelijk samen, dan erft uw partner bij uw overlijden niets. Verkeert u in deze situatie en wil u dat vermijden, dan moet u actie ondernemen. Ook hier kunt u denken aan de opmaak van een testament.

Meer dan ooit is het duidelijk dat het erfrecht van onze partner heel erg kan verschillen naargelang het gekozen statuut. De aanwezigheid van gemeenschappelijke kinderen of kinderen uit een vorige relatie heeft ook een impact op wat onze partner erft.

2. Successieplanning

In de praktijk merken we dat partners verder willen gaan dan de wettelijke regels, dat ze elkaar meer willen toebedelen en extra garanties willen ter bescherming. Ze hebben daar ook goede redenen voor, bijvoorbeeld omdat ze geen kinderen hebben, omdat de kinderen nog te jong zijn of omdat de verstandhouding met één of meer kinderen niet optimaal is.

In dat geval spreken we over een horizontale planning, een successieplanning tussen partners dus. Partners richten zich in eerste instantie tot elkaar en er wordt nog niet gedacht aan een overdracht naar de volgende generatie.

Op welke planningsinstrumenten kunnen partners een beroep doen?

  • Het huwelijkscontract

Bent u gehuwd, dan is het uiteraard belangrijk om te kijken onder welk stelsel u gehuwd bent, of er een huwelijkscontract is en welke contractuele afspraken daarin werden opgenomen.

Bent u gehuwd of gaat u trouwen, dan zet u met uw huwelijkscontract en het door u gekozen huwelijksstelsel al een belangrijke stap in uw horizontale planning. We denken daarbij bijvoorbeeld aan de toevoeging van het keuzebeding. Dat kan zowel voor mensen gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, als voor zij die opteerden voor een stelsel van scheiding van goederen met toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen (‘TIGV’).

Wat is de meerwaarde van het keuzebeding? Bij het overlijden van de partner zal de langstlevende een keuze kunnen maken uit verschillende opties, rekening houdend met zijn wensen op dat ogenblik. Elke keuze zal uiteraard een verschillend fiscaal prijskaartje hebben.

  • De schenking

Een schenking is altijd mogelijk, ongeacht de wijze waarop u uw relatie georganiseerd hebt.

Voor echtgenoten is dit een handig instrument, zeker omdat schenkingen tussen echtgenoten buiten het huwelijkscontract om steeds herroepbaar zijn. Dat is belangrijk mocht het huwelijk ooit op een echtscheiding uitlopen.

Voor wie samenwoont, is dat niet zo. Daar is een schenking onherroepelijk, gegeven is en blijft gegeven.

In de praktijk wordt aan de schenking het conventioneel beding van terugkeer gekoppeld, waardoor de geschonken goederen vrij van erfbelasting terugkeren naar de schenker indien de begiftigde voor hem zou komen te overlijden.

Een schenking tussen echtgenoten is enkel mogelijk voor eigen goederen. Goederen die tot de huwgemeenschap behoren, kunnen niet aan elkaar geschonken worden.

Doet u een schenking en hebt u kinderen, dan moet u ook rekening houden met hun reserve. Dat deel van uw vermogen waar u vrij over kunt beschikken en dus kunt geven aan uw partner, is gelijk aan de helft van uw vermogen.

  • Een testament

Met een testament kunt u zelf aanduiden aan wie u uw vermogen nalaat na uw overlijden.

De opmaak van een testament kan ook nuttig of zelfs noodzakelijk zijn wanneer partners elkaar maximaal willen beschermen of iets willen nalaten bij overlijden. Bent u gehuwd en hebt u geen kinderen, dan erft de langstlevende echtgeno(o)t(e) mogelijk samen met andere erfgenamen zoals de ouders, broers en zussen. Vaak is dat niet gewenst. In dat geval kan er van de wettelijke regeling afgeweken worden via een testament. Aangezien de ouders niet langer reservatair beschermd zijn, kan alles aan de langstlevende partner nagelaten worden.

Wettelijke samenwoners hebben slechts een beperkt erfrecht, zijnde het vruchtgebruik op de gezinswoning. Door een testament op te maken, kunt u uw partner meer geven dan énkel dit vruchtgebruik op de gezinswoning. 

Woont u feitelijk samen, dan erft uw partner bij uw overlijden niets. Verkeert u in deze situatie en wil u dat vermijden, dan moet u absoluut actie ondernemen. Een testament is hier noodzakelijk.

Wenst u dat de door u gelegateerde goederen bij overlijden van uw partner terugkeren naar uw eigen familie, dan neemt u best ook een zogenaamd restlegaat op in uw testament.

U legateert alles of bepaalde goederen aan uw partner en voorziet tevens dat in geval van overlijden van uw partner, het deel dat nog overblijft van wat oorspronkelijk aan hem of haar werd toebedeeld, terugkeert naar uw eigen familieleden, vermeld in uw testament. 

Hebt u kinderen dan moet u uiteraard ook rekening houden met hun wettelijk beschermd erfdeel, hun zogenaamde reserve. Dat deel van uw erfenis waar ze recht op hebben. Die reserve is gelijk aan de helft van uw vermogen.

  • Het beding van aanwas

Het beding van aanwas is een contract waarin twee partijen bedingen dat bepaalde goederen bij het overlijden van de ene partij zullen aanwassen bij de goederen van de andere.

Doordat het om een kanscontract gaat, is er op de aanwas van roerende goederen geen erf- of schenkbelasting verschuldigd. Die planningstechniek wordt door de fiscus echter in de gaten gehouden. Elk gewest hanteert daarvoor andere vereisten. Overweegt u om zelf van die techniek gebruik te maken, informeer u dan vooraf bij uw adviseur en notaris.

  • Levensverzekering – Begunstigingsclausules

Tekent u in op een levensverzekering, dan kunt u ook aanduiden wie de begunstigde van het kapitaal zal zijn bij uw overlijden. Duidt u niemand aan, dan zal het kapitaal standaard uitgekeerd worden aan uw nalatenschap. Vraag na of deze standaardclausule overeenkomt met wie u écht wil begunstigen en stuur desnoods bij met een begunstigingsclausule op maat.

Vergeet deze begunstigingsclausules niet op regelmatige basis te checken, om zeker te zijn dat het kapitaal toekomt aan wie u wilt. Zolang de begunstiging niet uitdrukkelijk aanvaard is, kunt u de begunstiging altijd aanpassen.

Afhankelijk van de structuur en het statuut van de begunstigde, kunnen er verschillen zijn op het vlak van de te betalen erfbelasting, alsook op het vlak van de verdeling van het overlijdenskapitaal.

Informeer u bij uw bankier en verzekeraar.

3. Erfbelasting en successierechten

Om te bepalen welke regionale successietarieven van toepassing zijn, wordt er gekeken naar de fiscale woonplaats van de overledene en het juridisch statuut van de partner van de overledene.

  • In het Vlaams Gewest

Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, dan kunt u van elkaar erven aan 3% tot maximum 27%. U dient tevens geen erfbelasting te betalen op de eerste schijf tot 50.000 euro roerend vermogen. Wat u erft in de gezinswoning is eveneens vrijgesteld van erfbelasting. Wettelijke samenwoners genieten dezelfde voordelige tarieven en vrijstellingen als gehuwden, zonder enige wachttermijn.

Feitelijke samenwoners erven niet automatisch van elkaar. Indien ze elkaar begunstigen via testament, is het tarief tussen vreemden (van 25% tot maximum 55%) tijdens het eerste jaar van toepassing. Na een jaar samenwonen, worden ze belast aan dezelfde tarieven als gehuwden en wettelijke samenwoners en kunnen ze de voetvrijstelling van 50.000 euro genieten op de roerende goederen. De gezinswoning is echter pas vrijgesteld na drie jaar samenwonen.

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In Brussel genieten gehuwden en wettelijke samenwoners dezelfde tarieven (van 3% tot 30%). Wat ze erven in de gezinswoning, is vrijgesteld van successierechten.

Feitelijke samenwoners worden belast aan het tarief ‘andere personen’. De tarieven variëren van 40% tot 80% en raken het gehele vermogen.

  • Waals Gewest

Gehuwden en wettelijke samenwoners genieten dezelfde tarieven (van 3% tot 30%). Wat ze erven in de gezinswoning, is vrijgesteld van successierechten.

Feitelijke samenwoners worden belast aan het tarief ‘andere personen’. De tarieven variëren van 30% tot 80% en raken het gehele vermogen.

4. De zorgvolmacht

In het kader van bescherming denken we vaak in eerste instantie aan een overlijden. Maar wat indien u of uw partner wilsonbekwaam zou worden door een beroerte of een zwaar ongeval?

Met een zorgvolmacht geeft u een volmacht aan uw partner om uw vermogen te beheren wanneer u daar zelf niet meer toe in staat bent. Op het moment dat u die volmacht geeft, dient u wilsbekwaam te zijn.

Zo vermijdt u dat uw vermogen geblokkeerd zou geraken en er kostbare tijd verloren gaat omdat de vrederechter moet tussenkomen.

Een zorgvolmacht kan onderhands, maar een notariële zorgvolmacht geniet de voorkeur en is verplicht indien bijvoorbeeld ook de mogelijkheid tot verkoop of schenken van vastgoed moet worden voorzien.

Een zorgvolmacht laat zelfs toe om in extremis nog aan successieplanning te doen. Beschouw uw zorgvolmacht als een parachute, die u hopelijk niet nodig hebt, maar wel altijd nuttig kan zijn.

5. Op het vlak van de personenbelasting

Op fiscaal vlak worden wettelijke samenwoners op dezelfde wijze behandeld als gehuwden. Ze vullen dus een gezamenlijke belastingaangifte in, maar de inkomsten en belastingen worden afzonderlijk berekend.

Het huwelijksquotiënt wordt automatisch toegekend. Dat betekent dat indien één van beide partners erg lage (of geen) beroepsinkomsten heeft, de fiscus hem of haar een fictief deel van de beroepsinkomsten van de andere partner toebedeelt. Dat resulteert lagere belastingen.

Ze kunnen hun meewerkende partner een meewerkinkomen toekennen. Feitelijke samenwoners vullen elk afzonderlijk hun belastingaangifte in. Ze worden als alleenstaanden behandeld.

Er bestaan aanzienlijke verschillen naargelang de manier waarop u samenleeft met uw partner. Overweegt u om te huwen, wettelijk of feitelijk te gaan samenwonen, informeer u dan bij een fiscaal expert om de impact op uw personenbelasting en die van uw partner te berekenen en een aantal simulaties te maken. Zo komt u niet voor verrassingen te staan.

6. Pensioen

In functie van de samenlevingsvorm, zal uw pensioen bestaan uit een gezinspensioen, een alleenstaandenpensioen of een overlevingspensioen.
Informeer u voor uw huwelijk of wettelijke samenwoning over de impact op uw toekomstig pensioen.

De manier waarop u uw liefdesrelatie organiseert, heeft verstrekkende gevolgen. Zowel op het vlak van de directe belastingen, als bij pensionering en bij een overlijden. Informeer u daarover en stuur bij.

In het kader van de horizontale planning zijn er tal van planningsinstrumenten die u kunt gebruiken om elkaar te beschermen. Sommige hebben onmiddellijk effect, andere zullen pas uitwerking krijgen bij een overlijden of wilsonbekwaamheid. De juridische en fiscale gevolgen van die instrumenten verschillen naargelang de wijze waarop u uw relatie georganiseerd hebt (als huwelijkspartners, wettelijke of feitelijke samenwoners).

De horizontale planning is een ‘tijdelijke’ oplossing voor bij het eerste overlijden. De langstlevende partner zal op termijn zelf verdere stappen moeten ondernemen naar de volgende generatie toe.

KFI

Author KFI

More posts by KFI